Achter de rode deur

Loïc keek een moment naar de postkast in de hal met tientallen postbussen voor de bewoners van het appartementencomplex. Hij liet zich op een knie zakken bij de postkast. Aan de onderzijde was op zijn kosten een extra brievenbus bevestigd. Met zijn handtekening onder de koopakte had het gebouw er officieel een adres bij gekregen. Het was in dezelfde dieprode kleur gespoten als de postkast. Het had hem onaangenaam verrast hoe prijzig de verf met hoogwaardige pigmenten was geweest. 

Hij liep met een envelop in de hand naar de toegangsdeur en hield zijn tag ervoor. Na een paar meter stond hij bij zijn voordeur, in dezelfde rode kleur, die hij steeds minder was gaan waarderen. Hij schoof een kartonnen doos met een voet opzij. Het gebeurde weinig zachtzinnig. Het adres op de sticker behoorde toe aan een appartement, drie etages hoger. De deuren van de lift achter hem schoven open.

“Oh, je bent er.”

Loïc sloot zijn ogen een tel. Daarna dwong hij zichzelf te glimlachen voor hij omdraaide. Uit de lift was een oudere vrouw gestapt. Hij had haar al aan haar stem herkend. 

“Het licht bij mijn voordeur is nog altijd niet gemaakt.”

“Heeft u daar melding van gemaakt, zoals ik u eerder heb gevraagd te doen?”

“Ik ben niet zo goed met de computer.”

Er viel een stilte, die hij te lang liet voortduren. Het maakte haar zichtbaar ongemakkelijk voor ze het oogcontact verbrak. Hij schudde langzaam het hoofd. 

“Heeft u een trap? Na de koop heb ik dozen met lampen en administratie aangetroffen. Misschien zit er iets bruikbaars tussen.”

Opgelucht keek ze hem weer aan en knikte bevestigend. Zijn glimlach was nu verdwenen. Beschaamd keek ze naar de vloer van plavuizen tot hij de deur opende. Sinds de VvE het beheer had uitbesteed aan een extern bedrijf was ook de ruimte op de begane grond verkocht. Iedereen in het gebouw wist dat ze bij problemen niet meer bij deze deur konden aankloppen. Er was zelfs een nieuwsbrief aan gewijd. 

Loïc stapte naar buiten met een doos in de ene hand  en een gereedschapskist in de andere. Hij volgde haar naar de lift. 

 

Later die dag ging de deurbel onafgebroken tot hij de deur opende. De bezoeker trok zijn vinger met een vertrokken gezicht terug van de deurbel.

“Waarom heb je mijn pakket niet aangenomen?”

Loïc knipperde een keer met zijn ogen. “Ook goedemiddag.” Hij trok de deur nu verder open en zag dat de enkele doos van gisteren was uitgegroeid tot een stapel pakketten. Kalm nam hij de man in de hal in zich op. Is er wel iemand die de nieuwsbrief heeft gelezen?

“Het had gestolen kunnen worden.” Hij wees naar de dozen in verschillende formaten en plastic tassen. “Daar ergens ligt een nieuwe MacBook van bijna € 6.000,-.”

Weinig onder de indruk stak Loïc zijn hand op. Het verraste hem enigszins dat de man werkelijk stopte met praten. 

“Ik betaal geen servicekosten om mijn woning door mijn medebewoners als een gratis pakketpunt te laten behandelen.”

“Ik ga...”

Hij duwde de deur dicht en de rest van de woorden drong als een gemompel tot hem door. Zonder zich om de klacht te bekommeren die de medebewoner wilde gaan indienen, liep hij terug naar het bureau onder het verhoogde bed. Hij trok de bureaufiets onder het bureaublad vandaan en nam erop plaats. De deurbel ging opnieuw. Zonder te reageren hervatte Loïc zijn werk achter de monitors en bleef rustig doortrappen. Er werd op de deur gebonsd en hij verhoogde het volume van de radio. Hij bleek meer geduld te hebben dan zijn buurman. 

 

Twee dagen later wachtte hij in de hal op een bezoeker.

“Het gaat om deze deur”, zei Loïc. Hij opende de deur en ging zijn collega voor naar binnen. 

Hij had haar vaker in het gemeentehuis gezien, maar pas sinds kort contact met haar gelegd. Tijdens een gesprek in de kantine was hij erachter gekomen dat ze in haar vrije tijd schilderde. Enthousiast had ze foto’s van haar werk laten zien. Hij duwde de houten deur dicht. Hij had deze zijde fanatiek geschuurd en van het dieprood was nog slechts een vaag roze kleur overgebleven. Hij keek om en zag haar met een open mond om zich heen kijken. 

“Keuken, werkplek, bed...”

Hij wees er naar zonder voor de rondleiding een stap te hoeven zetten. 

“Ik wil een optische illusie op de deur creëren, die diepte suggereert. Alleen heb ik geen idee wat het beste zou passen, zoals ik je al eerder had verteld.”

“Je woont hier?”

Hij keek haar weer aan en zag dat de vrouw een hand voor haar mond had geslagen. De ogen wijd open alsof ze iets onwerkelijks zag.

“Ik bouw mijn leven op en leef gewoon binnen mijn mogelijkheden, Beatrix.”

“Misschien moeten we opnieuw de prijs bespreken”, zei ze zacht.

“Ik kan je de helft vooruit betalen, als je je daar zorgen over maakt. Medelijden hoeft niet. Ik betaal mijn schulden altijd af.”

Beatrix liet haar hand zakken en schudde haar hoofd. Ze keek enkele tellen naar de vloer voordat ze hem weer aankeek.

“Nee, ik geloof je.”

Ze haalde een notitieboekje uit haar schoudertas en richtte haar aandacht weer op de deur.

“Laten we eens kijken wat we ervan kunnen maken.”

 

In de dagen erop zag hij haar creatieve kant. Na haar werkdag kwam ze bij hem langs. Eerst maakte ze een schets, in zijn ogen niet meer dan wilde krassen over de hele lengte van de deur. Soms zag hij haar minutenlang stil staan, starend naar de deur alsof het een leeg doek was, voordat ze bijna in trance nieuwe strepen toevoegde. Wat hij knap vond was dat ze het uit haar hoofd deed. Het was slechts het begin. Ze bracht een pot met verschillende formaten kwasten en tientallen verfbussen mee. Verspreid over de vloer nam het al snel bijna de helft van de ruimte in beslag. 

“Wil je zitten?”

Glimlachend keek ze naar de bureaufiets en knikte. Een stoel had hij niet. Als ze omkeek voor goedkeuring had ze hem steeds met ontzag naar haar werk zien kijken. Dat vervulde haar met trots. Loïc deed zijn uiterste best om niet in de weg te lopen en had zelfs voorgesteld om pas terug te komen als ze klaar was voor die dag, maar ze had steeds het aanbod afgeslagen. 

“Ik maak het vandaag af. Kun je de verflucht nog verdragen?”

Hij begon te grijnzen voor hij knikte. De geschilderde balkondeur met acht ruiten zag er realistisch uit met een nog blanco achtergrond. 

“Ik zag dat je een magnetron had.”

Ze reikte hem een schaal met deksel aan en zijn gezicht betrok.

“Ik hoef geen hulp.”

“Het is niet voor jou. Om het af te maken zal het laat worden en ik wil gegeten hebben voor ik thuis kom.”

Hij voelde zich kleuren en mompelde een excuus en zette de schaal op het keukenblad. Beatrix wendde zich glimlachend tot de deur om aan de slag te gaan. Een paar uur later trok ze het heet geworden deksel van de schaal af. De geur van het opgewarmde eten verspreidde zich in de ruimte. Ze hoorde hem snuiven en keek om. 

“Het ruikt goed”, verklaarde Loïc ongemakkelijk en wendde het hoofd af. 

“Heb je een bord?”

Ze trok de kast open waar hij naar wees. Onder de planken met blikken en zakken met noodles stond een enkel bord en een mok. Het glas waar ze uit had gedronken was zijn enige glas. Zonder iets te zeggen pakte ze het bord en verdeelde het eten. 

“Hier, het is te veel voor mij.”

Loïc pakte de schaal aan. “Weet je het zeker?”

“Je kwijlt bijna”, plaagde ze hem. 

“Het ruikt echt lekker.”

Hij trok een la open met vorken, messen en lepels. 

Ze keek naar de vork en het mes in haar handen. Ze pasten niet bij elkaar. Vanuit haar ooghoek keek ze naar het bestek in zijn handen. Zijn vork had vier tanden; de hare vijf. 

“Het is prachtig geworden.”

Ze volgde zijn blik naar de deur. “Ja, hè.”

“Ik hoef straks alleen maar naar die deur te kijken en ben honderden kilometers hiervandaan.” 

Ze voelde haar ogen prikken en keek snel weg.